Jules van Dam: ‘We moeten radicaal voor Housing First kiezen’

Voor Valente, branchevereniging voor participatie, begeleiding en veilige opvang, schrijf ik iedere maand een artikel over de vereniging en haar leden. In september: Jules van Dam (Tussenvoorziening) over dakloosheid in Utrecht.

Een echte idealist was Jules van Dam toen hij begin jaren tachtig afstudeerde als ontwikkelingseconoom. Banen op dat gebied waren schaars, dus begon hij als vrijwilliger met de wereld verbeteren. ‘Het was eigenlijk een heel leuke tijd, ik heb van alles gedaan,’ zegt Van Dam: ‘bij de India-werkgroep, de werklozenbond, een tijdje geklust, een tijdje gedacht dat ik schrijver was, en ook als vrijwilliger begonnen bij de Sleep Inn.’ Nachtopvang Sleep Inn, nu onderdeel van de Tussenvoorziening, werd toen nog gerund door vijftien vrijwilligers, maar dat veranderde al gauw.

‘Kort nadat ik begon, explodeerde het aantal daklozen. De norm onder de vrijwillige medewerkers was eerst: je mag niet verdienen aan daklozen, maar met alleen vrijwilligers was het niet meer te doen.’ Met gemeentelijke subsidie ontstond een vacature voor nachtwaker, en dat werd Van Dam. ‘Ik dacht, ‘s nachts is het hartstikke rustig, dan ga ik die roman afschrijven. Maar de organisatie was een chaos dus middenin de nacht was ik van alles aan het coördineren.”

Hoog Catharijne

Het pand van de Sleep Inn werd twee keer verbouwd tot het 55 mensen kon herbergen, en toen was het klaar. Het aantal daklozen nam nog steeds toe maar er werd vanuit de gemeente geen initiatief genomen om meer opvangcapaciteit te creëren. ‘De gemeente zei: “We willen niet meer daklozen.” Dat heeft uitgemond in de enorme hoeveelheid daklozen onder winkelcentrum Hoog Catharijne die je je misschien nog kunt herinneren. Dus dacht ik, dan gaan we het zelf maar doen. In 1993 heb ik met Emmaus en de Binnenstadskerken de Tussenvoorziening opgericht.’

Omdat er toen al heel veel mensen op straat lagen, begon de Tussenvoorziening eerst met de Tussenbus, voor de buitenslapers (zie openingsbeeld). ’s Avonds kregen ze dekens en soep en konden ze naar de wc in de bus, ’s ochtends konden ze de dekens inleveren en ontbijten. ‘Op het dieptepunt werden rond 150 mensen per dag door ons gevoed.’

Rond 2000 kwam er gelukkig een kentering. ‘De gemeente realiseerde zich dat ze het flink uit de hand hadden laten lopen.’ Het zogenaamde hostelprogramma werd geïntroduceerd, waarbij zo veel mogelijk verslaafden van onder Hoog Catharijne werden opgevangen. In elke wijk kwam er een. Dat ging verrassend goed.

‘Inwoners vonden het terecht dat de opvang zo verdeeld werd, er was echt een omslag. Voorheen was het “verslaafde mensen zijn te lui om af te kicken”, sinds begin deze eeuw zagen de gemeente en instanties ze als patiënten. Mensen die heel ziek zijn, niet in staat zelf van hun verslaving af te komen. Wij kunnen ze als verslavingszorg onvoldoende helpen, dat ligt eigenlijk meer aan ons.’

Met meer financiële middelen die daarbij kwamen, kon de Tussenvoorziening ook heel snel begeleid wonen en andere voorzieningen opzetten. ‘En inmiddels is de samenwerking met de gemeente heel anders geworden. Opvang en herstel van daklozen wordt echt als een gezamenlijk probleem gezien.’

Street-wise

‘In al die jaren is er gelukkig veel meer veranderd. Professionalisering, er zijn veel meer middelen gekomen, methodieken zoals Krachtwerk, veel meer aandacht voor mensen met een verstandelijke beperking. Zo’n 40% van de daklozen heeft een verstandelijke beperking, dat werd heel erg onderschat – het betekende ook dat onze begeleiders probeerden hen van alles aan te leren, terwijl de cliënten dat gewoon nooit konden leren. Ze wisten dat echter goed te maskeren, omdat ze street-wise zijn. Omdat we dat nu beter zien, kunnen we hen ook veel beter helpen met bijvoorbeeld financiering vanuit de Wlz.’

Waar volgens Van Dam nu de aandacht op moet liggen, naast meer huisvesting en financiële steun, is het netwerk rond de cliënt en zinvolle daginvulling. ‘Daarvoor moet ook bij de begeleiders iets gebeuren. Ze denken vaak: deze mensen hebben een zwaar leven gehad, kom eerst maar een beetje tot rust. Maar wat er dan gebeurt, ze komen wel tot rust maar ze komen er niet meer uit, ze hospitaliseren in de rust. Vanaf dag één proberen we mensen daarom minstens 16 uur per week iets nuttigs te laten doen, dan hebben ze nog heel veel tijd om tot rust te komen. Een zinvolle daginvulling zorgt ervoor dat je je bed uitkomt, dat je mensen ziet, nieuwe dingen doet.’

Daaraan gerelateerd zet de Tussenvoorziening in op het netwerk rond de cliënt. ‘Een mooi voorbeeld vind ik gemengd wonen. De Tussenvoorziening heeft een aantal van deze projecten; mensen die er niet goed in zijn hun netwerk op te bouwen, hebben zo een netwerk voor de deur.’ Soms levert deze woonvorm voor cliënten ook nog zinvolle daginvulling op.

Eerst een huis

‘Uiteindelijk denk ik dat we in Nederland een radicale keuze voor Housing First moeten maken. De gemeente moet er heel bewust op sturen om grond goedkoper aan corporaties te verkopen dan aan commerciële partijen, anders lukt het niet. Het enige land in Europa waar dakloosheid niet stijgt en de kosten dalen is Finland, die hebben radicaal voor Housing First gekozen. Het begint met een woning, van daaruit kun je verder. Als mensen in een woning zitten, gaan ze zich steeds normaler voelen en gedragen.

‘Het is bewezen de meest effectieve methode voor oplossing van dakloosheid, maar het ligt in gewikkeld. Het heeft een beetje te maken met schuld en boete. “Ja maar mijn dochter wil ook een woning, hoezo zou zo’n dakloze…” Niemand kiest ervoor om dakloos te worden, niemand wordt er beter van als je eerst twee jaar in een pand met bedden moet zitten. Mensen vinden het moeilijk om uit te leggen aan die ouder wiens dochter een woning zoekt, terwijl: het is effectief, het is veel goedkoper en je betrekt mensen weer bij de maatschappij.’

Dakloosheid kan iedereen overkomen, zeggen we wel eens. ‘Dat is voor een deel waar, maar iemand met een betere opleiding en groter netwerk is er vaak binnen een paar weken weer uit. Mensen die op straat leven hebben vaak een verstandelijke beperking, meestal een slechte opleiding, ze komen gemiddeld uit armoedige achtergronden, en daar zorgen we met z’n allen toch best wel heel slecht voor.

‘Hier zie je ook dat verschil tussen beschermd wonen en opvang; mensen uit armere milieus moeten eigenlijk standaard de afslag MO nemen, met een hogere opleiding en rijker milieu gaan ze naar de RIBW’s. Het zou me heel wat waard zijn als we dat wat meer door elkaar kunnen mengen. Ik hoop dat de fusie tussen Federatie Opvang en RIBW Alliantie zorgt voor een verdubbeling van de krachten, om dat voor elkaar te krijgen.’