Tekst en illustraties: Kim van de Wetering

Wolf trekt zijn mooiste pak aan: vandaag is de dag. Het is kerstavond en hij gaat Konijn eindelijk vertellen hoe lief hij haar vindt. Nog een laatste blik in de spiegel, strik recht, diep ademhalen en dan de deur uit.

De sneeuw kraakt onder zijn voeten terwijl hij door het bos loopt. De ondergaande zon maakt lange schaduwen. Wolf oefent zijn toespraak:
‘Lief Konijn, we kennen elkaar nu al een tijdje…’
Nee, nee, dat weet Konijn zelf ook wel. 
‘Konijn, ik vind je zo lief…’
Veel te veel. 
‘Konijn -’
‘Wat loop jij te mompelen?’

Wolf schrikt. Naast het pad staat Gans, met zijn borst vooruit en z’n snavel parmantig een tikje omhoog.
‘Ikke…’, stottert Wolf. ‘Ik ben verliefd op Konijn en dat ga ik haar vertellen’, flapt hij er dan uit.
‘Ach liefde!,’ snaterlacht Gans vals, ‘En tussen een wolf en een konijn?!’
‘Liefde overwint alles’, zegt Wolf met rode wangen.
‘Onzin’, zegt Gans.

‘Je hebt toch wel een kerstcadeau?’, vraagt Gans vervolgens, hoewel hij al lang had gezien dat Wolf niks bij zich heeft. ‘Met lege handen maak je zeker geen kans. Je moet iets prachtigs hebben, iets wat echt past bij kerst.’
Wolf kijkt naar zijn voeten en zwijgt; hij heeft niks prachtigs.
‘Nou dan kun je het wel vergeten’, kwaakt Gans met een gemene glinster in zijn zwarte oogjes. ‘Misschien vind je nog wat in het bos, maar alles is donker op kerstavond. Nou succes, ik ga naar het diner van Eend.’ Hij waggelt weg.

‘Rotgans’, denkt Wolf. Wat moet hij nou? Konijn verdient het allermooiste en hij heeft helemaal niks. Stomme wolf. In het maanlicht begint hij met zoeken naar iets wat hij kan geven.
Een dennenappel? Te gewoontjes.
Een roodborstje in een kooitje? Dat zou ze zielig vinden.
Een sneeuwbal? Die smelt natuurlijk meteen.

Uren loopt hij rond in het bos. Zijn poten prikken pijnlijk van de kou en hij loopt te rillen in zijn mooie pak. ‘Iets prachtigs wat echt past bij kerst’, denkt hij klappertandend, maar hij kan niks vinden in het bos en het wordt laat. Wolf kijkt omhoog naar de maan en begint te huilen: ‘Ik heb het koud en ik wil naar Konijn toe-oe-oe..!’
De maan heeft Wolf al een tijdje zien zoeken en krijgt medelijden. Aan de donkerblauwe hemel zoekt de maan de mooiste ster van de avond, en stuurt die naar de aarde, naar Wolf. Zachtjes landt de ster in de sneeuw, voor de voeten van Wolf.

Wolf kijkt verwonderd naar de grond en veegt zijn tranen af. Hij is dan misschien nog steeds maar een wolf, maar de ster is prachtig en past echt bij kerst. Voorzichtig draagt Wolf het heldere licht naar het huis van Konijn.

Konijn zat al een hele tijd bij het raam op hem te wachten. Ze opent de deur en holt met een stralende lach naar buiten als ze hem eindelijk ziet aankomen.

Wolf is zijn toespraak helemaal vergeten. Zonder iets te zeggen geeft hij de ster aan Konijn. Ze pakt hem aan en omhelst Wolf.
‘Wat een prachtig cadeau Wolf. En wat fijn dat je er bent – maar je bent helemaal bevroren!’ Ze trekt hem gauw mee naar binnen, de warmte in.
Wolf mompelt iets over lege handen en cadeautjes die bij kerst passen, en bloost.
‘Pfft,’ zegt Konijn, ‘je kwam Gans zeker tegen? Die denkt altijd dat ‘ie alles weet. Dankjewel voor het prachtige cadeau – maar ik ben áltijd blij om je te zien.’
‘Je verdient de mooiste cadeautjes, Konijn,’ antwoord Wolf terwijl hij alwéér bloost.
Ook Konijn krijgt rode wangen: ‘Laten we gaan eten, je zult wel honger hebben.’
Ze schuiven aan tafel, de ster zet Konijn bovenop de kerstboom.

‘Het is heerlijk’, zegt Wolf terwijl hij een hap neemt van zijn pasteitje.
Ze lachen, genieten van het eten, en halen herinneringen op aan het afgelopen jaar. De ster twinkelt en Wolf begint gelukkig weer te ontdooien. Na de maaltijd ploffen ze rozig op de bank, onderuitgezakt met warme chocolademelk en een dekentje.
‘Zullen we volgend jaar weer samen kerst vieren?’, vraagt Wolf. ‘Dan kook ik voor jou: gebraden gans.’
‘Een prachtig idee’, zegt Konijn. ‘Past echt bij kerst.’

– EINDE –
Fijne feestdagen & een gelukkig nieuw jaar!



Lees ook: Noor en de sneeuwman | kerstverhaal 2024