Zonder basisarts stort het ziekenhuis in

Dit artikel verscheen 25 augustus online en print in dagblad Trouw. Het hoofdartikel is geschreven door mijn collega Edwin Kreulen, de portretten zijn van mijn hand.

De concurrentie op de opleiding tot medisch specialist is groot, maar wie de strijd verliest, hoeft bepaald niet stil te zitten. Integendeel: die draait zomaar meer diensten.

basisartsen-kim-van-de-wetering-trouwVeel ziekenhuizen drijven op de inzet van de zogeheten ‘arts niet in opleiding tot specialist’, kortweg anios. Basisartsen – die de opleiding geneeskunde doorliepen, inclusief de coschappen – kunnen in die functie ervaring opdoen. “Bij ons ontlasten de aniossen de artsen die in opleiding zijn, door iets meer diensten te draaien”, zegt een woordvoerder van Medisch Spectrum Twente, het ziekenhuis met de hoofdvestiging in Enschede. Het MST heeft rond de 230 specialisten, een dikke honderd artsen die daartoe worden opgeleid en daarnaast nog zeventig artsen die niet in opleiding zijn. Iedere jonge arts moet werken onder supervisie van een specialist.

De gezamenlijke opleiders van de universitair medische centra waarschuwden gisteren dat een steeds grotere groep basisartsen geen opleidingsplek krijgt. Steeds meer basisartsen worden na zes jaar studie – waarin de samenleving een miljoen investeert – geen huisarts of specialist. Traditionele uitvalplekken zijn dan banen als bedrijfsarts, jeugdarts of medisch adviseur, functies waarvoor de opleidingen iets korter zijn. Ziekenhuizen zeggen dat het vaak losloopt en dat de overgrote meerderheid na een tijdje wachten toch gewoon een plek kan krijgen tot de – vaak goed betaalde – functie van specialist.

In de tussentijd zijn de aniossen van groot belang, zegt de voorlichter van het Zuyderlandziekenhuis in Sittard-Geleen en Heerlen. “Zonder hen krijgen we de diensten van de artsen niet rond.” Bij het ziekenhuis werken behalve 360 specialisten nog 160 artsen in opleiding en zo’n 120 aniossen. “In de praktijk blijkt het vaak nodig dat artsen op de functie van anios ervaring opdoen, om later een opleidingsplaats te krijgen.”

De opleidingsplekken in de Randstad zijn het meest geliefd bij mensen iets onder de dertig, zegt de woordvoerder van MST in Enschede. Afgestudeerde basisartsen willen nogal eens samen met hun partner – vaak ook hoogopgeleid – steden als Amsterdam of Utrecht opzoeken. “Het varieert een beetje per sector. Voor een kinderarts zijn de vacatures sneller vervuld dan bijvoorbeeld voor de reumatoloog.” Als de arts en zijn of haar partner de dertig zijn gepasseerd en ze kinderen krijgen, neemt de bereidheid om naar de regio te verhuizen vaak weer toe.

Het Limburgse Zuyderland zegt niets te merken van een trek naar de Randstad. Wellicht komt dat doordat veel geneeskundestudenten van de nabijgelegen Universiteit Maastricht zich na hun basisopleiding vestigen in Limburg. “Wel hebben we vaak vacatures voor anios-plekken in disciplines als neurologie en cardiologie. Dat komt doordat de meeste artsen die functie hoogstens twee jaar vervullen en daarna een opleidingsplek krijgen.”

 

In Duitsland blijft er geen talent op de bank zitten
Jorieke Lokhorst (29) begint na twee jaar vergeefs zoeken met de opleiding anesthesie in Bocholt (Duitsland).

Na mijn afstuderen in mei 2013 ging ik werken als internist niet in opleiding. Ik vond het goed om eerst praktijkervaring op te doen. Ziekenhuizen hechtten destijds ook het meest aan die praktijkervaring als je solliciteerde op een opleidingsplek. Maar toen ik mijn keuze voor anesthesie had gemaakt, bleken er veel sollicitanten voor weinig opleidingsplekken te zijn. Daardoor telde praktijkervaring niet meer zo. Er werd vooral gekeken of je onderzoek had gedaan of ervaring had in een specifieke kliniek. Na vier jaar werken in Nederland, en vergeefs zoeken naar een opleidingsplek, besloot ik naar Duitsland te gaan. Ik ben blij dat ik daar kan beginnen, al is het zonde van het geld dat er in Nederland in mij geïnvesteerd is. In Nederlandse ziekenhuizen werkt traditioneel een kleine groep specialisten, die managementtaken vervullen en onder meer basisartsen aansturen. De meeste artsen willen zich toch specialiseren omdat je daardoor meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid krijgt.

In Duitsland is het systeem anders. Daar is elke arts-assistent ook in opleiding tot specialist, waardoor je beter uitgeruste specialisten hebt en er geen talent op de bank blijft zitten.”

 

Over zes jaar kan ik mezelf chirurg noemen
Vincent Meyer (29) is net aangenomen voor de specialisatie chirurgie.

“Na mijn studie geneeskunde in Groningen wist ik vrij zeker dat ik me wilde specialiseren tot chirurg. Ik kreeg een plek als anios bij chirurgie op het UMCG. Als anios doe je ervaring op maar omdat je veel op de zaal werkt en niet op de operatiekamer weet je nog steeds niet helemaal wat het vak inhoudt. Daardoor had ik het gevoel dat ik nog niet klaar was voor een opleidingsplek, ik wilde me beter voorbereiden. Daarom ben ik naar Ierland gegaan, waar het onderscheid tussen wel en niet in opleiding minder groot is. Ik heb daar veel operaties meegedaan, wat in Nederland niet had gekund. Met deze ervaring voelde ik me klaar voor een opleidingsplek. Ik ben teruggegaan naar Nederland om te solliciteren en kon als anios in het Martiniziekenhuis aan het werk.

Ik leerde de ziekenhuizen en collega’s in Noord-Nederland wat beter kennen, en nu ben ik net aangenomen voor een specialisatieplek chirurgie. Ik ga werken in het UMCG en een aantal regioziekenhuizen. Volgende maand begin ik, en over zes jaar kan ik mezelf chirurg noemen.”

 

Ik zag op tegen de concurrentie op specialisatieplekken
Nupur Kohli (27) werkt als jeugdarts in de jeugdgezondheidszorg.

“Tegen het einde van mijn studie geneeskunde aan de UvA begon ik te twijfelen of ik me wilde specialiseren. Ik zag op tegen de concurrentie op het aantal specialisatieplekken. Al tijdens de studie merkte ik dat mijn medestudenten en ik daar enorm veel stress van hadden. Het is moeilijk een richting te kiezen omdat je daar voor je gevoel de rest van je leven aan vastzit. Zeker omdat de plekken zo schaars zijn. Na mijn afstuderen in 2014 ben ik Harvard Business School gaan doen en aan de slag gegaan als consultant. De keuze om na een dure opleiding geneeskunde toch iets heel anders te doen, was moeilijk. In het begin voelde dat alsof ik bij geneeskunde een plek had ingenomen die een andere student dolgraag had gewild. Toch trok de geneeskunde me na een tijdje weer. Ik wilde alleen niet in een ziekenhuis werken, maar in de preventieve geneeskunde. Nu werk ik als jeugdarts bij Jeugdgezondheids-zorg Kennemerland met kinderen van 0 tot 4 jaar. Naast het werk word ik bijgeschoold. Ik wil me uiteindelijk toch specialiseren, maar dan in de preventieve geneeskunde.”