Een bijna perfecte dag

De man met de spijkerblouse valt de andere twee vaders in de rede: ‘Even een nieuwtje, wisten jullie al dat Nienke zwanger is van de derde?’
‘Dat meen je niet. Jeetje, drie kiddo’s.’ De vader met kabeltrui schudt ongelovig zijn hoofd.
‘Floris heeft er ook al drie’, zegt de andere vader, kaal met baard. ‘Ik moet er niet aan denken, zo veel.’ Hij slurpt van zijn groene thee.

De drie jonge vaders zitten in het midden van het verder lege buurtcafé Guusjes. De zon schijnt binnen. Op tafel staan waterglazen, lege cappuccinokopjes en een zakje broodkorstjes. Het is zaterdagochtend. De mannen kunnen hun voltijdbanen in finance en accounting even laten voor wat die zijn. Uit de boxen klinkt zachtjes Lou Reed. ‘Just a perfect day, weekenders on our own.’ De vader met de spijkerblouse voert zijn dochtertje Eva af en toe een korstje. Ze is tien maanden oud en zit in een kinderstoel. Het brood smaakt haar goed, ze smakt enthousiast. De kale vader heeft zijn zoontje Pim thuis gelaten. Met zijn drie maanden is hij nog te jong voor de brunch. De driejarige Jona speelt rustig met een blauwe tractor. Zijn vader, die met de kabeltrui, zegt: ‘Ik heb nu al zoiets van, ik wil mijn eigen leven terug.’ Hij haalt zijn hand door Jona’s haar. ‘You’re going to reap just what you sow’, zingt Reed verder.

De serveerster komt langs om te vragen of alles naar wens is. Ze heeft een lief gezicht, met talloze kleine sproetjes. De vaders willen nog graag wat eten. Eva’s vader wil een tosti. ‘En heb je ook iets van curry?’ Dat heeft ze. ‘Nou helemaal goed. Mag ik van jou ook nog zo’n dubbele espresso macchiato? En wil je van ons een gezellige foto maken?’ Het meisje neemt zijn iPhone 7 aan. ‘Super’, bedankt hij haar. De zaterdagochtend is vastgelegd in zijn fotorol.

Het gesprek kabbelt voort over huizenprijzen, forenzen en energiekosten van een zwembad in de tuin. Eva bungelt met haar beentjes. De roze sandaaltjes zwaaien heen en weer. Voor haar zijn de korstjes genoeg. ‘Au’, roept haar vader ineens. De andere vaders kijken verbaasd op. ‘Die smurf krijgt al tandjes,’ verklaart hij, ‘ze bijt soms in je klauwen als je d’r eten geeft.’ Ze knikken begrijpend.

Het wordt druk. Een moeder en tienerdochter kruipen weg in het plekje met de verzameling kussens. Een gezinnetje met twee kindjes komt binnen. De vader draagt het rode fietsje van zijn dochtertje. Zijn zoontje wordt door z’n moeder in een stoeltje gezet. Z’n haartjes staan rechtovereind, als een van de Stampertjes uit Pluk van de Petteflat. Hij heeft rode konen en hoest aandoenlijk. Zijn moeder kijkt zorgelijk terwijl ze de plooien in haar stippeltjesjurkje gladstrijkt. Buiten komt nog een gezin aan lopen, tussen de bessenboompjes behangen met onluikende lentebloesem.

Jona’s vader vertelt over zijn vrouw Sanne. Hij is blij dat ze niet meer interim werkt. Tot voor kort moest ze vroeg naar haar werk. Dan bracht hij zijn zoon naar de crèche, ging dan zelf werken en om vijf uur moest hij zijn kind weer halen en gaan koken. Dat waren lastige maanden. Voorzichtig vraagt hij de andere twee: ‘Zaten jullie op een roze wolk, de eerste maanden? Zo zeggen ze dat toch?’ Ze kijken elkaar even aan. Pims vader flapt eruit: ‘Ik was laatst met mijn jaarclub skiën in Zwitserland. Ik miste Pim heus wel, maar het was heerlijk om weg te zijn.’ ‘Ik heb bijna niet geslapen,’ doet Eva’s vader een duit in het zakje, ‘ik wilde haar eigenlijk in de badkamer zetten met de deur dicht.’

Eva speelt met een Max Velthuis knisperboekje. Jona rijdt nog steeds zoet met de blauwe tractor over tafel en zingt ‘Zie ginds komt de stoomboot’. De serveerster werkt een nieuwe collega in. Ze laat zien waar alles staat en hoe het werkt om met de iPad bestellingen op te nemen. Met dit lekkere lenteweer zullen er straks wel mensen buiten willen zitten, verwacht ze. ‘Let goed op de menukaarten als je die buiten aan iemand geeft. Het waait best en dan neemt de wind ze zo mee.’ Het nieuwe meisje knikt ernstig. Ze begroet een nieuwe klant die binnenloopt. Hij lijkt op Frans Duits.

Het Stampertje heeft pannenkoeken gekregen, met poedersuiker. Voor elk stukje dat hij in zijn mond stopt, valt er eentje op de grond. Zijn moeder haalt veger en blik en veegt de kruimels keurig op. Ze lacht liefdevol naar haar smikkelende zoontje. Even verdwijnt de bezorgdheid op haar gezicht.

‘Hoe is de business eigenlijk,’ vraagt Pims vader aan Jona’s vader, ‘je bent alweer een tijdje voor jezelf bezig toch?’ Jona’s vader maakt een gebaar van “laten we over iets anders praten”. ‘Moeilijk man,’ zegt hij dan toch, ‘ik kon helemaal geen klanten meenemen, moest helemaal opnieuw beginnen.’ Hij plukt een denkbeeldig pluisje van zijn spijkerbroek. ‘Bij jou?’
‘Ach,’ reageert Pims vader, ‘wel prima. Ik word soms gebeld door headhunters met echt leuke dingen, maar wil ik er duizend euro per maand op achteruit gaan?’ Eva’s vader schudt het hoofd van niet.

Drie studenten met hippe zonnebrillen gaan buiten zitten. De nieuwe serveerster komt ze bedienen. Ze houdt de menukaarten goed vast. De jongens houden hun jas aan, de wind maakt het best fris. Ze kijken even door het raam naar binnen. Misschien zitten zij daar over een paar jaar ook wel te praten over ouderschapsverlof en melktandjes.

De keukenbel klinkt, op de bar staan de tosti’s voor de drie vaders klaar. De serveerster met sproetjes wenst ze eet smakelijk. Op de tafels staat bestek in vintage blikken maar de vaders eten hun tosti uit het vuistje, met curry. ‘Maar Floris heeft dus alweer drie kinderen’, vraagt Pims vader over hun gemeenschappelijke kennis. Jona’s vader verbergt een gaap achter zijn hand. ‘Ach weet je,’ zegt hij zwaaiend met zijn tosti, ‘na een tijdje heb je veel gezien van de wereld, een hoop gedaan, veel feestjes gehad. Het is de vraag wat nieuwe dingetjes nog gaan toevoegen. Dan ben je gewoon klaar voor kinderen.’